Voortraject

Tijdens het voortraject gaan we op zoek naar de meest optimale inplanting aan de hand van verschillende criteria.

 

Allereerst kijken we naar de macro-schalen:

  • Structuren: Windturbines worden ingepland buiten de valgevaar- of drukgevaargrens van hoogspanningslijnen.
  • Woningen en woongebieden: Er zijn geen specifieke regels maar er dient wel voldoende afstand te zijn om te kunnen voldoen aan geldende richtwaarden voor geluid, slagschaduw en de toetsing aan het beoordelingskader ‘windturbines en veiligheid’.
  • Natuurgebieden
  • Landschap en erfgoed
  • Wegen/spoorwegen/waterwegen: Bij de inplanting van windturbines wordt overdraai over openbare wegen/spoorwegen vermeden.

 

In een tweede stap wordt rekening gehouden met de optimalisatie ten opzichte van reeds bestaande turbines. Er is geen vaste set van afstandsregels. Deze zijn afhankelijk van het lokale windklimaat en de grootte/configuratie van het windpark.

 

Daarnaast houdt de optimalisatie rekening met de adviezen van diverse instanties, onder meer stad Genk, Bilzen, Diepenbeek, Zutendaal, Dienst MilieuEffectRapportage (Vlaanderen), Agentschap Natuur en Bos (ANB), en Provincie Limburg.

 

Tenslotte houden we rekening met de perceelsgrenzen en gekende toekomstige ontwikkelingen op de betrokken terreinen.